Hebt tweetalige kiender een achterstand?

1 mei 2018

Hebt tweetalige kiender een achterstand? As klein kiend staoj veur een moeilijke taak: binnen een paar jaor moej duzenden woorden leren. Da's nogal wat waark! En wat aj twee talen tegeliek leren mut? Umdaj een Nederlandse moeder en een Drentse vader hebt? Is dat dan ok zwaorder?

 

In Lesbrief 47 van april 2018 van TLPST van Genootschap Onze Taal

Hebben tweetalige kinderen een achterstand? Kleine kinderen staan voor een heel ingewikkelde taak. Tussen het moment dat ze geboren worden en ongeveer hun vierde jaar leren ze vrijwel alles over hun taal: met een kind van vier kun je immers al een simpel gesprekje voeren. Dat betekent dat zo’n kind al duizenden woorden kent, dat het al ongeveer begrijpt hoe je woorden in het Nederlands tot zinnen aaneenrijgt, en dat het al die woorden weet uit te spreken. Dat is veel werk! Je zou dus denken dat een kind dat twee talen tegelijk moet leren – bijvoorbeeld omdat het een Nederlandse moeder en een Franse vader heeft – wel in het nadeel moet zijn. Is dat ook zo? Veel ouders vragen het zich af: als wij allebei een verschillende taal spreken, wat moeten we dan met onze kinderen doen? Moet ieder van ons zijn/haar eigen moedertaal tegen hen spreken, zodat het kind allebei de talen leert? Of kunnen we beter kiezen voor één taal? Op de website van de Taalcanon staat een artikel waarin het wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp wordt samengevat (dat artikel wordt op zijn beurt weer samengevat in het filmpje hieronder). Wat blijkt? De meeste wetenschappers adviseren ouders om hun kinderen in hun jonge jaren hun eigen taal te leren – ook als ze allebei een andere taal als moedertaal hebben. Kleine kinderen blijken geen problemen te hebben met het leren van meerdere talen. Hun hersenen zijn nog heel flexibel en ze nemen nog heel veel op in hun geheugen. Natuurlijk zijn er ook problemen. Zo hebben tweetalige kinderen soms iets meer moeite om het juiste woord te vinden – ze moeten immers net wat dieper in hun geheugen graven. Maar daar staan voordelen tegenover: zo blijken tweetalige mensen gemakkelijker te kunnen schakelen tussen twee werkjes. Dat schakelen in hun hoofd zijn ze immers meer gewend. In ieder geval is de kwaliteit van de taal uiteindelijk bij tweetalige kinderen gemiddeld minstens even hoog als bij eentalige kinderen. Het lijkt er een beetje op alsof de mens eigenlijk gemaakt is om meer dan één taal heel goed te kunnen spreken, in ieder geval als we daar vroeg genoeg mee beginnen. Gemengde ouderparen hoeven zich daarom niet veel zorgen te maken – als het kind allebei de talen voldoende hoort, zorgt dat kind zelf wel voor de rest.

Media